Menu overslaan
Skip in de speeltuin
“Wat gaan we doen vandaag?” Hij heeft zijn ogen nog maar nauwelijks open, of Skip is al klaar voor de dag. Want voor hem is elke dag een feestje. Spelen met z’n autootjes, zwemmen, naar de dierentuin, filmpje kijken, muziek luisteren. Hij vindt het allemaal even leuk. En hij hangt maar wat graag de clown uit. Op het eerste oog zie je dan ook niet het verdriet dat er wel degelijk zit. Skip mist vriendjes.

Hij kijkt zo raar

Als Skip (10) mocht kiezen, dan zou hij elke dag naar het pretpark Julianatoren gaan. Daar is hij helemaal in zijn element. Maar zijn drie jaar oudere zus moet wel in alle attracties mee, want alleen is er toch niet zo veel aan. Geboren met het syndroom van Down en een ontwikkelingsachterstand in de spraak, is vrienden maken voor Skip niet makkelijk. Hij stapt wel open en onbevangen op kinderen af, maar ze verstaan hem vaak niet goed. Of Skip snapt het spel niet en haakt dan af. En lang niet iedereen is gewend aan kinderen die net wat anders zijn. Moeder Gabriëlle: “Hij kijkt zo raar. Hij is gek. Met hem ga ik niet spelen. We horen het regelmatig. Of mensen verdraaien zowat hun nek om hem nog na te kijken als we een dagje op het strand zijn. We zijn het wel gewend, maar toch dat het nog altijd pijn.”

 

Acceptatie

Het accepteren van kinderen zoals Skip zou veel makkelijker gaan als hij op een gewone basisschool zou zitten. Kinderen met en zonder handicap spelen en leren met elkaar en accepteren elkaar voor wat ze zijn. Gabriëlle: “Dat zagen we ook op vakantie in Italië, waar inclusief onderwijs standaard is. Geen kind keek daar op van Skip. Skip heeft op een gewone basisschool bij ons in de buurt gezeten, maar de school wilde niet met hem verder. Hij heeft toen een jaar thuis gezeten. Verdriet uit zich bij hem in boosheid en frustratie. Dat was heel zwaar voor ons allemaal. Nu hebben we een nieuwe school gevonden in het speciaal onderwijs. De school biedt alles wat hij nodig heeft. Alleen moeten we wel elke dag 160 kilometer reizen. Vriendjes mee naar huis nemen is geen optie.”

Elke dag een feestje

Meedoen, erbij horen. Het blijft een strijd. Zo wil Skip graag op voetbal, maar er is geen club in de buurt met een g-team. Hij is trots op zijn zwemdiploma, maar makkelijk was het niet om hem op een gewone zwemles te krijgen met andere kindjes. Skip voelt die strijd wel, maar zijn opgeruimde karakter en vastbeslotenheid om van elke dag een feestje te maken, overheersen. Gabriëlle: “Skip leert ons meer dan dat wij hem ooit zouden kunnen leren. Hij leert ons te genieten van de dag. Elke dag weer.”

De speeltuin

Het gelach is al uit de verte te horen. Het is woensdagmiddag, de school is net uit. Ouders en kinderen blijven gezellig nog even plakken in de speeltuin tegenover de school. Skip trekt aan zijn moeders jas, hij wil ook. De kinderen spelen een soort tikkertje. Voetje-van-de-vloer. Skip holt al de speeltuin in om mee te doen. Sommige kinderen hebben Skip wel eens in de buurt gezien, maar de meesten kennen hem niet. Hij zit niet bij ze op school. Maar hij mag best meedoen. In een rap tempo leggen ze hem de spelregels uit. Skip wordt wat onzeker, hij snapt het niet. Hij probeert mee te doen, maar al snel probeert niemand meer om hem te tikken. Ze zeggen het niet, maar hij voelt het wel. Het is niet zo leuk spelen met Skip. Ha, de schommel, daar is hij gek op. Er is er nog precies 1 plekje vrij naast een meisje. Skip rent ernaar toe en zoeft al snel hoog in de lucht. Het geeft een fijne kriebel in zijn buik. Als hij naast zich kijkt, zwiept er een lege schommel naast hem. Het meisje wat er zojuist nog op zat, staat bij haar moeder en wijst naar Skip. Skip doet zijn ogen dicht, dan ziet hij het niet meer. En zo kan niets die lekkere kriebel verpesten.

Skip's grootste handicap

Eenzaamheid is Skip’s grootste handicap. Want bijna niets is eenzamer dan altijd alleen te spelen. Of anderen plezier te zien maken, zonder mee te kunnen doen. Skip wil wel vriendjes maken, maar de kinderen verstaan hem vaak niet. Of vinden dat hij er raar uitziet. Als ze hem een beetje beter zouden kennen, zouden ze weten hoe gezellig en vrolijk hij is.

Geen enkel kind zou alleen moeten spelen vanwege een handicap. De droom van Skip om samen dingen te doen is ook onze droom. Geen kind zonder vriendjes – dat is waar we ons dagelijks keihard voor inzetten. Per jaar bereiken we 30.000 kinderen en zorgen ervoor dat zij samen kunnen opgroeien met leeftijdsgenootjes. In de speeltuin, op school, op de sportclub. Zo zorgen we ervoor dat kinderen met en zonder handicap elkaar leren kennen. Dat ze samen kunnen spelen, sporten en leren – samen opgroeien. En vrienden maken.

Wil je weten wat het Gehandicapte Kind doet om te zorgen dat kinderen zoals Skip niet alleen hoeven te spelen? Meer informatie

CBF Centraal Bureau Fondsenwerving ANBI Algemeen Nut Beogende Instelling VriendenLoterij