Menu overslaan

Ze hadden net hun opleiding afgerond en deden hun eerste werkervaring op in de kindertehuizen van NSGK. Het was een zware maar vooral leuke tijd. ‘Alles kon. Als we met de kinderen naar het theater gingen en we moesten de trap op, dan sjouwden we ze gewoon allemaal hup omhoog.’ Anja Talboom, Sjoerd Reinstra en Carlita van Wayenburg werden er vrienden voor het leven.

Anja en Carlita waren begin jaren tachtig collega’s in Maarschalkerweerd, het internaat dat NSGK in 1963 had opgericht in Utrecht. Er waren twee groepen van veertien kinderen met een handicap. Het was er heel huiselijk, herinnert Carlita zich. ‘Kinderen hadden allemaal een ruime kamer voor zichzelf of met zijn tweeën. Overdag gingen ze naar school. Als ze thuis kwamen kregen ze wat drinken en daarna gingen ze spelletjes doen of buiten spelen, net als in een gewoon gezin. ’s Avonds aten we samen en daarna brachten we de kinderen naar bed. We waren nog zo jong, we hadden zelf nog geen gezin, dus ik vond het ook heel leuk om de Kerst door te brengen met de kinderen. Of weekenddiensten te draaien, dan kookten we met de kinderen samen.’

Internaat De Merenhof

Alles kon

Het was nog vóór de tijd van de strenge regels en protocollen. Met kerst gingen de meeste kinderen naar hun ouders, soms bleef er maar één kind over. Carlita: Die nam ik dan gewoon mee naar huis. Vaak waren dat dezelfde kinderen die dan jaar na jaar de Kerst bij ons vierden. En Sinterklaas. Dat ging zo in die tijd, het was veel makkelijker.’ Regels om het personeel te beschermen waren er ook nog niet. Carlita: ‘We hadden geen tilliften, hooglaagbedden of andere aanpassingen voor het personeel, dus we moesten alles zelf doen. En we vonden dat alles moest kunnen. Dus als we met veertien kinderen naar het theater gingen en we moesten de trap op, dan sjouwden we ze gewoon allemaal hup omhoog.’ ‘En zo hebben we ook met ze gekampeerd’, vult Anja aan; ‘of er nou een aangepaste wc was of niet. En we reden zelf de busjes ernaartoe. Gewoon even leren hoe je die rolstoelen goed vastzette, en huppakee!  We gingen ook heel vaak het bos in. Of paardrijden. Of zwemmen in het zwembad; dat is nog best een gedoe hoor.’ Sjoerd: ‘: We waren jong, het was leuk, het was nieuw; we deden het gewoon.’

Steeds zwaardere beperkingen

Het werk werd wel zwaarder in de loop van de tijd. Maarschalkerweerd was begonnen als internaat waar kinderen konden wonen als ze naar de Mytylschool wilden, maar langzaamaan kwamen er ook steeds meer kinderen die uit huis waren geplaatst vanwege hun zware beperking. Carlita: ‘Toen ik er kwam werken in 1980 zaten drie van de vijftien kinderen in een rolstoel; toen ik wegging in 1985 waren er nog slechts twee die níet in een rolstoel zaten. Door de zwaarte van de handicap of van de situatie thuis gingen kinderen ook minder vaak naar huis. De verzorging werd zwaarder en we hadden steeds minder tijd om bijvoorbeeld een spelletje te doen. 

Pionieren

Anja en Carlita raakten bevriend en gingen zelfs samen op kamers. Maar in 1982 verhuisde Anja naar het NSGK-tehuis De Merenhof in Abcoude, dat net was geopend. Daar ontmoette ze haar toekomstige echtgenoot Sjoerd, die er verpleegkundige was. Sjoerd: ‘Ik ben daar begonnen toen er nog geen kinderen waren, om alles in te richten. We waren aan het pionieren. Met die eerste groep kregen we een hele sterke band, dat was speciaal.‘ Een deel van de groepsleiders woonde ook boven het tehuis, waar je als personeel een kamer kon huren. Anja: ‘Dat geeft natuurlijk ook een bijzondere sfeer. Een paar jaar geleden hadden we een reünie. Van dat hele eerste team was er maar eentje niet gekomen, die kon niet. Dat zegt wel wat.’

BBQ-feeest

Blijvende herinneringen

Allemaal hebben ze nog veel herinneringen aan die tijd. Sommige kinderen hebben diepe indruk gemaakt. Carlita: Ik weet nog dat we een meisje hadden met tetraplegie, een aan vier ledematen spastische verlamming. Toen ze geboren werd, was ze in de zwakzinnigenzorg terechtgekomen, op de afdeling van wat ze toen de ‘idioten’ noemden. Ze heeft daar haar eerste levensjaren doorgebracht op een matrasje. Toen bleek dat zij veel meer kon kwam ze bij NSGK. Nu heeft ze gestudeerd, woont zelfstandig, organiseert haar eigen vakanties. Wat moet je dan een doorzettingsvermogen hebben. Daar heb ik echt respect voor.

Overlijden

Meest indrukwekkend voor Anja waren de kinderen van wie ze wist dat ze niet oud zouden worden. ‘Bijvoorbeeld kinderen met spierdystrofie. Die gaan alleen maar achteruit en overlijden, en dat weten ze ook. Dan zijn ze nog heel jong en moeten ze nadenken over dood gaan. Eén jongen had al een broer verloren aan spierdystrofie, want het is een erfelijke aandoening. Ik was toen nog heel jong en kon daar met m’n pet niet bij, maar deze kinderen begrepen elkaar. Dat heeft op mij heel veel indruk gemaakt.

Humor

Maar wat het meeste is bijgebleven is de vrolijkheid met de kinderen. Sjoerd: ‘We hebben veel lol gehad met ze. De kinderen konden ook goed grapjes maken over hun eigen handicap. Je leert dat humor het leven leuk houdt.’ 

 

Beter Samen.

Lees ook:

  • Verhaal 16

    Rennen voor Twee

    In het nieuwe tv-programma Rennen voor Twee stomen 8 helden, met én zonder handicap, zich in 6 maanden klaar voor de grootste sportieve uitdaging van hun leven: de Olympische Triathlon.

  • Verhaal 32

    Beleef en bewonder...BOR

    Bor zit in de laatste weken – misschien maanden – van zijn leven. Vorig jaar zette hij zijn euthanasieverklaring online. 'Nog een jaar', kondigde hij aan, 'dan stop ik met ademen'. Maar van doodgaan is het tot nu toe niet gekomen.

  • Verhaal 13

    Tooske Ragas: ‘Mijn broer is anders. So what?’

    BN’er Tooske Ragas groeide op met twee oudere broers. Een van hen, Jan-Pieter, heeft het syndroom van Down.

CBF Centraal Bureau Fondsenwerving ANBI Algemeen Nut Beogende Instelling VriendenLoterij

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.