Menu overslaan

Zo’n 50 jaar geleden woonden veel kinderen met een handicap niet bij hun eigen vader en moeder. Ze groeiden op in aparte tehuizen, te midden van andere kinderen die een handicap hadden. NSGK had in haar beginjaren ook een paar van zulke tehuizen. In 1963 openden we het eerste: Maarschalkerweerd in Utrecht. Rob Hansen (45) woonde hier van zijn 11e tot zijn 16e.  Hoe kijkt hij terug op deze jaren en wat vindt hij van onze huidige missie: Beter samen? ‘Ik zou niet weten waarom niet. Met mijn hersens is toch niks mis?’

Rob Hansen is geboren met de spierziekte AMC. Hij bracht zijn jeugd door in tehuizen tussen kinderen die - net als hij - een handicap hadden. Akelig? Nee hoor, zo ziet Rob dat toch niet. ‘Zo ging het gewoon in die tijd. Ik wist niet beter. Als je een beperking had, dan woonde je in een revalidatiecentrum of een internaat. Niemand woonde bij zijn ouders. Vaak was het ook heel gezellig. We waren met een heleboel kinderen. Dan krijg je te maken met groepsgedrag – je moet zien te overleven. Dat heb ik dus al jong geleerd’.

Heeft dat je ook iets opgeleverd in je latere leven?

‘Zelfstandigheid, denk ik. Ik heb al jong geleerd om mijn eigen zaakjes te regelen. Als er iets aan de hand was, moest ik het altijd zelf oplossen.’

Kon je bij niemand terecht?

‘Er waren natuurlijk wel begeleiders, maar ik had geen speciale vertrouwenspersoon. Dan mis je wel een stukje basisveiligheid. De eerste jaren woonde ik in revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee. De verhuizing naar Maarschalkerweerd vond ik super spannend. Als 11-jarig jochie moest ik weg van de plek waar ik iedereen kende.’

En? Viel het mee of tegen?

‘Mee! Ik vond het leuk! We woonden daar met een stuk of 30 kinderen die verdeeld waren in twee groepen. Paviljoen A en Paviljoen B; ik zie de gang nog voor me. En wat ook zo fijn was: ik kreeg een éigen kamer! Die had ik in m’n hele leven nog nooit gehad. Lekker plaatjes draaien en flierefluiten – ik heb in Maarschalkerweerd er echt een geweldige tijd gehad.’ 

Beter samen! Absoluut. Ik zou niet weten waarom niet. Met mijn hersens is toch niks mis?

Hoe zag je dag er uit?

‘Iedere ochtend werden we gewekt en aangekleed, want dat kon ik natuurlijk niet zelf. Na het ontbijt gingen we met z’n allen naar school. Daar mochten we zonder begeleiding naartoe; het gebouw was zo’n 70 meter verderop.’

Zaten er alleen kinderen uit het tehuis op die school?

‘Nee, het was een gewone mytylschool. Ik denk dat er in totaal zo’n 150 kinderen op zaten.’

En na school?

‘Dan gingen we spelletjes doen, huiswerk maken, buiten spelen en sporten. We gingen bijvoorbeeld best vaak zwemmen; er was daar ook een zwembad.’

Eigenlijk net als ieder ander kind…

‘Inderdaad. Ik was een heel normale puber, met een heel normaal puberleven. Het enige verschil met andere kinderen was dat ik niet bij mijn vader en moeder woonde.’

Had je veel vriendjes?

‘Nou, ik was zeker niet eenzaam. Natuurlijk was er ook vaak ruzie. Iedere dag zelfs! Soms bemoeide de leiding zich ermee, maar vaak lieten ze het gewoon gaan. Ook in dat opzicht was het leven er net als in gewone gezinnen.’

Volgens mij was jij een heel vrolijk jongetje

‘Jazeker. Dat ben ik nog. Ik ben een gangmaker. Ik houd ervan om dingen te organiseren.’

In jouw jeugd was de algemene opvatting dat het beter was als kinderen met en zonder handicap apart van elkaar opgroeiden. Bij NSGK dachten we dat in die tijd ook. Nu is ons motto juist: Beter samen! Jij bent ervaringsdeskundig. Hoe zie jij dat?

‘Beter samen! Absoluut. Ik zou niet weten waarom niet. Met mijn hersens is toch niks mis? Als ik nu kind was geweest, had ik waarschijnlijk gewoon thuis gewoond en was ik naar een reguliere school gegaan. Het gaat dus de goede kant op in de samenleving. Maar: het kan nog beter.’

Wat bedoel je daarmee?

‘Twee dingen. De samenleving biedt mensen met een handicap nog steeds onvoldoende de gelegenheid zich te ontplooien en gewoon mee te doen. Aan de andere kant laten mensen met een handicap het er ook vaak bij zitten. Ik zie veel mensen om mij heen die een uitkering krijgen en denken: het is wel best zo. Ze doen helemaal niks.’ 

Je klinkt een beetje geïrriteerd…

‘Inderdaad. Zo’n lakse houding stoort me behoorlijk. Je kunt altijd wel wát doen, vind ik. Als je geen betaalde baan kunt vinden, dan ga je maar vrijwilligerswerk doen.’

 

Rob Hansen is directeur van een pgb-servicebureau. Meer informatie www.uwbudget.nl

Beter samen

Lees ook:

  • Verhaal 25

    DJ Luke

    'Ik ben geboren zonder onderarmen en - benen. Boeien!' Met die instelling won de toen 11-jarige Luke in 2012 de Cappies Award, een talentenjacht voor kinderen met een beperking.

  • Verhaal 16

    Rennen voor Twee

    In het nieuwe tv-programma Rennen voor Twee stomen 8 helden, met én zonder handicap, zich in 6 maanden klaar voor de grootste sportieve uitdaging van hun leven: de Olympische Triathlon.

  • Verhaal 44

    Samenwerken zonder drempels

    We zijn het er tegenwoordig allemaal over eens. Mensen met een handicap moeten gewoon buitenshuis kunnen werken. Maar hoe kom je in je rolstoel bij de printer op de tweede verdieping als er geen lift is? Bekijk het leuke filmpje.

CBF Centraal Bureau Fondsenwerving ANBI Algemeen Nut Beogende Instelling VriendenLoterij

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.