Menu overslaan

Het gezinsleven met hun geadopteerde dochter Vera, verstandelijk beperkt en met Gilles de la Tourette, was zwaar. En dat gold niet alleen voor oud-NOS-presentator Gijs Wanders en zijn vrouw Hilda zélf, maar vooral voor hun jongste dochter. ‘We hebben nooit spijt gehad van de adoptie’.

 

Jouw motto is “moeilijke dingen, makkelijk zeggen”, schrijf je op je website. Praat jij gemakkelijk over Vera?

Gijs: ‘Ik heb me altijd kwetsbaar gevoeld als ik over haar praatte. Tijdens interviews had ik het niet over haar, dat voelde toch een beetje als je kind exposeren.
Oud-collega Pia Dijkstra haalde me tien jaar geleden over om in het programma Vinger aan de pols te vertellen over Vera’s Gilles de la Tourette. Moeilijk was dat. Ik zat tegen het huilen aan. Nu praat ik er gemakkelijker over. Het is een afgesloten hoofdstuk.’
Hilda: ‘Onze dochters zijn allebei volwassen. En zelfstandig.’
Gijs: ‘Jij zegt wel eens dat je het niet meer over het verleden wilt hebben.’
Hilda: ‘Hoe naar Vera deed tegen haar zusje Anouk, als ik eraan terugdenk…’
Gijs: ‘Met het terugkijken komt de pijn terug, net zo hard als toen. Die zit dicht tegen de oppervlakte. Als ik erover praat, zakt mijn stem een octaaf, het voelt alsof er een zware deken over me heen ligt. Je glijdt weg in een soort moeheid.’
Hilda: ‘Ik wil vooruitkijken.’
Gijs: ‘Pure zelfbescherming. Het is heel veel geweest. Ik ben best even bang geweest dat we het samen niet zouden overleven.’
Hilda: ‘Maar ik dacht ook: wat knap dat wij het volhouden.’
Gijs: ‘De uithuisplaatsing van Vera als negenjarige voelde drastisch. Later begreep ik dat zo’n besluit ook moed vereist. Zo’n besluit neem je op basis van emotionele uitputting.’

Als ik over vroeger praat, komt de pijn terug en zakt mijn stem een octaaf

Wanneer merkte je dat er iets met Vera was?

Gijs: ‘Vera’s kleuterjuf kon haar gedrag niet plaatsen en ze had voor haar idee alles geprobeerd. Dus ging Vera naar een school die verbonden is aan het pedologisch instituut (PI) in Amsterdam. Daar is ze bijna drie jaar geobserveerd. Vond ik wel zielig: ’s ochtends vroeg een uur met de taxi mee, zittend op een kussentje, zodat ze net door het raam kon kijken.’

Vermoedden júllie niet dat er iets met Vera aan de hand was?

Gijs: ‘Nee. We hadden geen vergelijking, zij was ons eerste kind. En door de adoptie kennen we haar medisch-biologische achtergrond ook niet. Dat ze pas als tweejarige liep, deden ze op het consultatiebureau af als “Ieder ontwikkelt zich in zijn eigen tempo”. Later hoorden we dat anderen het vreemd vonden hoe vaak ze huilde en hoe ze soms krijste.’
Hilda: ‘Op haar vierde bleek ze slecht te zien. We schreven het daaraan toe, bijvoorbeeld dat ze snel dingen stukmaakte, of uithaalde als iemand plotseling voor haar stond.’

Vonden jullie drie jaar lang onderzoek dan wel nodig?

Gijs: ‘Als ouder kun je niet accepteren dat je kind niet naar school kan.’
Hilda: ‘Tegen die tijd begon het ook moeilijker te worden met Vera.’
Gijs: ‘Het PI testte haar en diagnosticeerde Gilles de la Tourette, naast een verstandelijke beperking en licht autistische trekjes. Opeens snapten we veel van haar gedrag. Dat ze telkens haar hoofd in haar nek gooide, tot ze huilde van de hoofdpijn. Dat ze na elke twee stappen een sprongetje maakte, zelfs op rollerskates.’

Lag de oorsprong van haar gedrag in de tijd vóór de adoptie?

Gijs: ‘Als tien dagen oude baby hielden we haar in onze armen. Ze is dus maar kort in Brazilië geweest. Maar wat helpt het als we daarop antwoord hebben?’

Het is een zware periode geweest, mailde je terug na ons interviewverzoek.

Gijs: ‘Een keer, in de auto, dacht ik: niemand kan ons helpen, ik kan net zo goed tegen de vangrail rijden. Ik was zo radeloos. Ik schrok van mezelf, van die gedachte.’
Hilda: ‘Dat past helemaal niet bij ons.’
Gijs: ‘Jij bent ook een keer het huis uit gelopen. Soms voelde het zo verstikkend.’
Hilda: ‘Het deed pijn dat Anouk en Vera als zussen niet goed met elkaar konden opschieten.’
Gijs: ‘Vera sloeg haar, schold Anouk uit, schopte – en stopte daar ook niet mee. Of ze negeerde haar zus totaal. Met zijn vieren aan tafel eten was niet leuk.’
Hilda: ‘Soms werden we ’s ochtends wakker…’
Gijs: ‘… en hoorden aan Vera’s stem wat voor dag het zou worden. Haar gegil sneed me door de ziel. Nog steeds, als ik gehandicapte kinderen hoor schreeuwen, denk ik daar direct aan terug. Ik kan er niet tegen.’
Hilda: ‘Je wilt niet dat het ten koste van Anouk gaat. Dat verhinderen legt voortdurend druk op je.’
Gijs: ‘En het gaat natuurlijk toch ten koste van de jongste. Op een bepaald moment vertelden de ouders van een vriendinnetje dat Anouk niet meer naar huis wilde, uit angst voor haar zus.’ 

En jullie?

Gijs: ‘Je rekt jezelf zo uit, dat het eigenlijk niet verder kan. Maar geen van ons beiden kon instorten. “Uitrusten” deed je op je werk. Mijn werk vereiste zoveel concentratievermogen dat ik nauwelijks aan thuis kon denken.’
Hilda: ‘Ik laadde mijn accu ook weer op met mijn werk als documentalist. Eigenlijk weet je niet hoe erg je over je grenzen heen gaat, want je zit er middenin. Dat beseften we toen een psychologe constateerde: “Jullie investeren kilo’s en krijgen er een onsje voor terug.’’
Gijs: ‘Daardoor gingen we nadenken over uithuisplaatsing voor Vera. Ook voor haar leek dat het beste.’
Hilda: ‘Ze moest thuis misschien wel erg opboksen tegen Anouk. Het leek beter als ze met kinderen van haar niveau zou wonen.’
Gijs: ‘Als anderen de liefde van ons konden overnemen, met iets meer deskundigheid. Die hartstochtelijke liefde voor ons kind waarin we verdronken. Maar het voelde als verraad.’
Hilda: ‘Zo voelde ik dat niet.’
Gijs: ‘En als falen. Je plakt een leuk behangetje op een wandje, schildert zo’n kamer mooi, brengt haar spulletjes ernaartoe. Op het moment dat ik daadwerkelijk haar kleding daar in de kast hing, werd ik overmand door verdriet, door het gevoel haar in de steek te laten. Van dat gevoel van verraad heb ik twee jaar last gehad. Toen we thuiskwamen, stonden we in de woonkamer en jij verwoordde ons gevoel zo goed, Hilda. Je zei: “Ik denk dat ik nooit meer kan lachen.’’

Ik was bang dat we het samen niet zouden overleven

Was het beter voor Vera?

Gijs: ‘Als ik haar terugbracht na het weekend, zei de leiding altijd dat ze een minuut na mijn vertrek alweer het hoogste woord voerde. Ik ben stiekem wel eens blijven luisteren, en dat klopte. Vera ging er naar het speciaal onderwijs, maar sinds ze werkt, tussen gezonde mensen, is haar ontwikkeling in een stroomversnelling gekomen. Zoals veel mensen met Gilles de la Tourette imiteerde ze het gedrag van haar nog zwakker begaafde klasgenootjes. Inmiddels zijn de symptomen van Gilles de la Tourette afgenomen, misschien doordat er meer rust in haar is gekomen.’
Hilda: ‘Wel kan ze nog blijven doormalen over een vervelend gesprek. Als ze dan opbelt, helpt mijn advies: op de delete-knop drukken. Ze weet wat dat is, want ze heeft met pijn en moeite leren lezen en typt eenvoudige mails op de computer.’
Gijs: ‘Haar werk bestaat uit licht huishoudelijke en administratieve werkzaamheden. Toen ze wist dat ook haar naam op het aanwezig/afwezig-bord zou komen, wilde ze direct beginnen. Ze woont begeleid zelfstandig. Vaak plant ze op zaterdag iets gezelligs met een vriendin en zondag is voor haar echt een relaxdag.’
Hilda: ‘Dat kan ze heel goed. En ze heeft het nodig om de rust te hervinden na een werkweek.’
Gijs: ‘We hebben haar zo zelfstandig mogelijk proberen te maken. Ze was dan ook teleurgesteld dat niet ook zij werd geïnterviewd voor Lotje&co. Ik kon dat hele interview net zo goed skippen, vond ze, want nou zou ik óver haar gaan praten. Dat klopt niet met hoe we omgaan met haar. Dat ze dat nu zegt, is voor mij een signaal dat ze kan opkomen voor zichzelf – een belangrijk onderdeel voor zelfstandigheid. Ze heeft ook wel gelijk, vind ik. Maar ik vind het goed om ons verhaal te vertellen, zodat anderen daar hun troost uit kunnen halen of de problemen in ons leven herkennen. Wij en Vera kunnen een inspiratiebron zijn.’ 

Hoe hebben jullie aan die zelfstandigheid gewerkt?

Hilda: ‘We hebben van alles met haar gedaan, van privézwemles tot kleurentherapie.’
Gijs: ‘Ik ben marathonloper en als kind fietste Vera altijd met me mee. Onderweg legde ik uit over haaientanden en ANWB-paddenstoelen. In haar fietsmandje lagen twee flesjes drinken voor als we halverwege stopten. Tegen voorbijgangers riep ik tijdens die pauzes: “Dit is mijn trainer!” Vond ze heerlijk. Nu fietst ze gerust veertig kilometer in het weekend en vindt zelf de weg naar huis. Natuurlijk is het eng, je dochter, deze dochter, leren fietsen en haar de bocht om te zien verdwijnen, uit het zicht. Nog steeds denk ik, nu ze zelfstandig met het openbaar vervoer reist: stel dat ze mensen irriteert door hen aan te staren – want dat doet ze soms dwangmatig. Maar we hebben haar altijd veel vertrouwen in haarzelf gegeven.’
Hilda: ‘Als ze een halte te ver is gereden, spreekt ze een conducteur aan. Begrijpt ze de uitleg niet, dan zegt ze: ‘Ik heb een lichte verstandelijke beperking, dus u moet het heel goed uitleggen!’’

Hoe hebben jullie het samen gered?

Gijs: ‘Door veel te praten.’
Hilda: ‘We zaten eigenlijk altijd op een lijn. En we hadden familie bij wie een of beide meiden mochten logeren. Konden we een keertje ’n rustige maaltijd genieten.’
Gijs: ‘Twee keer per jaar gingen we op vakantie: een keer alleen met Anouk, de andere keer met ons vieren. Soms zelfs in hetzelfde hotel. Anouk maakte zelf vriendjes en daardoor konden wij eindelijk even een boek lezen. Met z’n vieren wilden we Anouk ook de ruimte laten om met haar eigen vriendinnetjes te spelen. Anouk zei zelf nooit dat Vera niet mee mocht spelen. Dus ging een van ons met Vera op pad. Ik baalde er wel eens van: zat ik weer in een pretpark of met mijn zeventienjarige dochter bij een concert van K3. Daarom was onze stacaravan in Boxmeer zo heerlijk, die hebben we jaren gehad. Vera had er de ruimte en voor Anouk waren er elk jaar weer dezelfde vriendinnetjes op de camping.’

Naar hetzelfde hotel, dezelfde camping… Jij die zo van reizen hield?!

Gijs: ‘Je kunt jezelf zielig vinden vanwege die verminderde bewegingsvrijheid, maar dat helpt niet.’
Hilda: ‘Reizen kon je toch, door je werk als journalist.’
Gijs: ‘Tijdens die reizen spiegelde ik mijn leven aan de rest van de wereld. Wij hadden thuis geen oorlog of gebrek aan voedsel.’

Hebben jullie wel eens spijt gehad van de adoptie?

Gijs: ‘Een logische vraag. Maar nee.’
Hilda: ‘We wilden graag een kind opvoeden.’
Gijs: ‘Hilda had miskramen gehad, IVF-pogingen waren mislukt en na ruim twaalf jaar huwelijk kwam Vera, meer dan welkom. Het was bijzonder en totaal onverwacht dat Hilda drie jaar later spontaan zwanger bleek van Anouk. Een tijdje geleden zijn we nog met Vera terug geweest in Brazilië. Het voelde fijn om daar met haar te zijn. Terug op de grond waar we haar ooit voor het eerst in onze armen namen en in onze harten sloten.’

Had je het anders willen doen?

Gijs: ‘Het had niet beter gekund. Anouk heeft zich overeind weten te houden, Vera heeft zich ontwikkeld, Hilda en ik zijn nog altijd bij elkaar. We zijn er sociaal vaardiger door geworden. Anouk ook: als je met een zus kunt omgaan met zo’n gebruiksaanwijzing…’
Hilda: ‘Voor mijn idee was Anouk wel wat onzeker. Als een van haar vriendinnetjes iets vervelends had gezegd, was ze gauw aangeslagen. Dat Anouk al op haar zeventiende naar Breda verhuisde om daar te gaan studeren, had wel te maken met de thuis­situatie.’
Gijs: ‘Ik hoop toch ook dat de spanning meespeelde om ergens anders te wonen.’
Hilda: ‘Ik ben wel bang geweest dat Anouk zich van ons zou afkeren, dat ze ons zou verwijten wat ze heeft meegemaakt. Anouk moet zelf weten of ze contact heeft en houdt met Vera en ze moet zeker niet in haar buurt gaan wonen, mochten wij er niet meer zijn. Wij zorgen voor een netwerk om Vera heen, zodat dat niet noodzakelijk is. Maar sinds Vera zelf zoveel verder is gekomen, bellen de zussen elkaar wel af en toe.’
Gijs: ‘Vera is ook attenter geworden. Ze stuurt bijvoorbeeld wel eens een kaartje.’
Hilda: ‘Dat is wel een beetje aangeleerd gedrag.’
Gijs: ‘Toch, toen Anouk haar hbo-diploma kreeg, wilde ze daarbij zijn. En als het met opa en oma niet goed gaat, wil ze worden bijgepraat.’
Hilda: ‘Een tijd nadat haar lievelingsopa, mijn vader, was overleden, vroeg ik of ze hem miste. “Nee hoor”, zei ze. “Hij is toch weg?” Net zo reageerde ze toen ze vorig jaar een goedaardige tumor in haar alvleesklier bleek te hebben, zo groot als een bowlingbal. Na de operatie was het voor haar klaar, terwijl wij ons nog wel zorgen maken of het terugkomt. Die eigenschap van haar, dat zorgeloze, zou ik ook wel willen hebben.’

Fotografie Mariel Kolmschot, tekst Merel van Dorp

 

Website bottom

Lees ook:

  • Verhaal 15

    Rijschoolhouder aan de rauwkost

    Al 65 jaar verzinnen mensen liefdevolle, ludieke acties om NSGK te steunen. Zoals rijschoolhouder Martin Wienholds, die in 2012 een kloek besluit nam. Hij wilde afvallen. Héél veel afvallen. En iedere afgevallen kilo liet hij sponsoren.

  • Verhaal 12

    Bijzondere Buren

    Een nieuw thuis creëren voor hun zoon Bert, die het Angelman syndroom heeft. Dat is wat Wilma en Mark van Bommel graag wilden. Samen met andere ouders richtten ze stichting Zelo op.

  • Verhaal 13

    Tooske Ragas: ‘Mijn broer is anders. So what?’

    BN’er Tooske Ragas groeide op met twee oudere broers. Een van hen, Jan-Pieter, heeft het syndroom van Down.

CBF Centraal Bureau Fondsenwerving ANBI Algemeen Nut Beogende Instelling VriendenLoterij

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.