Menu overslaan

"Christoff gaat weer graag naar school"

Christoff is een jongen van 11 die met veel plezier naar de reguliere basisschool gaat waar hij als kleuter instroomde, dezelfde school als zijn oudere broers en zus. Hij heeft het Syndroom van Down. Hij houdt van lezen, aardrijkskunde en Engels, en hij is altijd dol op zijn klasgenoten geweest. Hij werd graag gevraagd op verjaardagsfeestjes en spelafspraken.

Maar in groep 6 veranderde de situatie en liep het niet meer zo lekker. Er kwam een nieuwe Intern Begeleider en een nieuwe leerkracht. Allebei enthousiast over hun vak, maar niet erg zeker hoe met een jongentje met Down om te gaan. Zij dachten dat hij snel afgeleid zou zijn en maakten een plek voor hem buiten de groep, aan de rand van het lokaal, met zijn rug naar de klas. Dit zou hem rust geven. Hij kreeg een koptelefoon en deed niet langer mee aan de lessen van zijn klasgenoten. Alleen als zijn speciale ‘assistent’ er ook was mocht hij in de klas blijven. Als snel begon hij zijn knuffelbeesten mee te nemen naar school, om met hen te spelen als zijn ‘vriendjes’. Logisch dat de school begon te denken dat een speciale school een betere plek zou zijn voor Christoff.

Lees verder onder de foto

Christoff op school

Christoffs moeder belde ons om advies en vroeg of iemand van het Steunpunt Onderwijs haar bij kon staan tijdens een gesprek met de schooldirecteur en Intern Begeleider. We namen een kijkje in de klas en, inderdaad, de zitplaats van Christoff maakte grote indruk. Goed bedoeld, maar eenzaam. De boodschap die eruit sprak was ‘ik hoor er niet bij’. In het gesprek werd het duidelijk dat de school niet wist wat ze kon verwachten van Christoff. Zijn ontwikkelingsperspectief en leerdoelen waren anders dan van andere leerlingen. Eigenlijk werd er gewoon niet veel van hem verwacht.

De school wilde het graag anders doen maar wist niet hoe. Daar konden wij ze bij helpen. Bijvoorbeeld met een model-ontwikkelingsperspectief van een deskundige op het gebied van kinderen met Down in het reguliere onderwijs. Het resultaat: Christoff mocht blijven. Moeder zegt een aantal weken na het gesprek:

“Het gesprek was heel positief. Er zijn leerdoelen opgesteld voor Christoff. Voor het eerst dit jaar ging het over zijn leerprestaties, en niet over zijn anders-zijn. Zijn leraar behandelt hem nu ook veel beter en veel meer kinderen willen met hem afspreken. De IB’er was ook heel blij met de voorbeeldrapporten. En het gaat goed met Christoff. Hij gaat graag naar school en vanaf nu mag hij mee doen met aardrijkskunde en andere lessen.”

 

Met Down naar voortgezet onderwijs?

Diverse ouders van kinderen met downsyndroom klopten bij het NSGK Steunpunt Onderwijs aan voor hulp bij de aanmelding van hun op voortgezet onderwijs. Hun kinderen hadden allemaal de reguliere bassischool doorlopen, en ze wilden dat ze net als klasgenoten door konden naar het vmbo. Maar ze merkten dat het reguliere voortgezet onderwijs onwennig staat tegenover dat idee. Jongeren met downsyndroom krijgen na de basisschool bijna automatisch het advies om naar speciaal onderwijs te gaan. (lees verder onder de foto)

Meisje met downsyndroom op school

We hielpen vooral door ouders te coachen, te informeren en te helpen nadenken over strategieën. We leverden informatie aan over de aanmeldprocedures. We vertelden hoe de wet- en regelgeving in elkaar steekt en waar middelbare scholen op letten. Het basisschooladvies is bijvoorbeeld van doorslaggevend belang; als de basisschool het advies geeft dat een praktijkschool of vmbo geschikt is, dan mag de middelbare school daar niet zomaar van afwjken.

Ook dachten we mee over welke informatie de scholen zouden willen hebben. Stel dat een leerling met downsyndroom in principe welkom is, wat wil een school dan van tevoren weten om ervoor te zorgen dat het voor school en leerling goed loopt vanaf de eerste schooldag? Is er bijvoorbeeld budget beschikbaar voor extra ondersteuning en wie kan de juiste begeleiding bieden? Waar moet een leerkracht op zijn voorbereid?

Ouders voerden doorgaans zelf de gesprekken op scholen. Wij coachten hen via telefoon en mail, en gingen zonodig mee naar een gesprek op school om specifieke kennis over te brengen. Bijvoorbeeld over de vraag of een vmbo-school een leerling mag accepteren die niet per se het eindexamenniveau haalt (ja dat mag) of over de vraag of de praktijkschool een leerling met downsyndroom mag weigeren, ook als die het vereiste IQ-niveau van 55 haalt (nee dat mag niet zomaar). Soms gingen we mee omdat ouders het emotioneel moeilijk vinden om te moeten pleiten voor hun eigen kind. Zo’n aanmeldgesprek is een lastige opgave, zeker als je vermoedt dat je kind kan worden geweigerd als je het verkeerde vertelt of de verkeerde toon aanslaat.

Er werden gesprekken gevoerd op diverse vmbo-scholen en met vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden. Ouders troffen soms schooldirecteuren die het belang van inclusie snapten maar die aarzelden of ze de nodige kennis en ondersteuning konden bieden. Vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden dachten mee, maar ook daar bleek veel aarzeling. Wij merkten dat binnen samenwerkingsverbanden (waarin vele scholen en schoolbesturen het met elkaar eens moeten worden) het nadenken over inclusie uit de weg wordt gegaan. Speciaal onderwijs wordt al snel ‘passend’ geacht voor  jongeren met een verstandelijke beperking, zeker nu de rugzakjes met extra ondersteuningsgeld overal zijn vervallen.

De onzekerheid bij scholen en samenwerkingsverband resulteerde in de meeste gevallen in een afwijzing; deze ouders moeten uitwijken naar het voortgezet speciaal onderwijs. In één geval mocht een jongere met Down naar de praktijkschool, mede dankzij de inzet van het Steunpunt Onderwijs. De overige ouders zijn nog in gesprek.  

 

CBF Centraal Bureau Fondsenwerving ANBI Algemeen Nut Beogende Instelling VriendenLoterij

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.